Internationale classificaties DSM IV:
Het syndrom van Asperger
De kenmerken van het syndrom van Asperger komen volgens de DSM-IV overeen met die van autisme beschreven onder A en C. Er is volgens de DSM-IV geen, zoals beschreven onder B bij autisme, vertraging in de taalontwikkeling. Volgens de DSM-IV bestaat er ook geen achterstand in de cognitieve ontwikkeling. De stoornis veroorzaakt significante problemen op sociaal, beroepsmatig en andere belangrijke gebieden van functioneren. De ICD 10 (1992) voegt hieraan toe dat het syndroom van Asperger vaak gebaard gaat met motorische onhandigheid.
Wing (2000) noemt zeven kenmerken van het syndroom van Asperger:
Gebrek aan empathie.
- Naïeve, ongepaste en eenzijdige interactie.
- Weinig of geen mogelijkheden om vriendschap te sluiten.
- Overbeleefd, repetitief spreken.
- Zwaake non-verbale communicatie.
- Intens opgaan in sommige onderwerpen.
- Onhandig en slecht gecoördineerde bewegingen en vreemde houdingen.
Gillberg en Gillberg (1989) onderscheiden de volgende kenmerken bij personen met het syndroom van Asperger:
- Sociaal gebrekkig functioneren (extreme egocentriciteit)
- Beperkte belangstelling.
- Repetitieve routines.
- Spraak- en taaleigenaardigheden (formeel, overbeleefd, vreemde intonatie).
- Non-verbale communicatieproblemen.
- Motorische onhandigheid.
|