Version francaise English version Deutsche Version
Beschrijving  
- Richtsnoer
- Aut. stoornissen
- Asperger
- Autism Europe
Vereningen  
  Literatuur  
 

 

Internationale classificatie van autistische stoornissen

 


1. Diagnose autisme volgens de  DSM IV:

De DSM IV (American Psychiatric Association, 1994) onderscheidt twaalf kenmerken, waarvan er minstens zes nodig zijn om de diagnose autisme te kunnen stellen. Hiervan moeten in ieder geval twee kenmerken onder A (sociale interactie), één onder B (tekorten in verbale en non-verbale communicatie) en één onder C (beperkte repetitieve en stereotype gedragingen, activiteiten en interesses) vallen.

 Crieteria volgens de DSM IV

A) Tekorten in sociale interactie

  • Uiterst gebrekkig gebruik van meervoudig non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gezichtsuitdrukking en gebaren die de sociale interactie reguleren.
  • Tekortschieten in het aangaan van leeftijdsadequaat vriendschapsgedrag.
  • Gebrek aan spontaan willen delen met anderen van vreugde, ervaringen of prestaties.
  • Gebrek aan sociale of emotionele wederkerigheid. De autist lijkt zich niet bewust van het bestaan of de gevoelens van anderen.

B) Tekorten in verbale en non-verbale communicatie

  • Late ontwikkeling van de verbale communicatie, zonder pogingen dit op een andere manier op te vangen, bijvoorbeeld met gebaren. Soms afwezigheid van verbale communicatie.
  • Bij degenen die spreken, een opvallend onvermogen om een gesprek aan te knopen of voort te zetten.
  • Vreemd gebruik van die inhoud en de vorm van de taal, bijvoorbeeld echolalie, stereotiep taalgebruik, verwisselen van persoonlijke voornaamwoorden en idiosyncratische taal.
  • Afwezigheid van fantasie-activiteitenen en van gevarieerd spelgedrag.

C) Beperkte repetitieve en stereotype gedragingen, activiteiten en interesses

  • Preoccupatie met één of meerdere stereotiepe gedragingen.
  • Sterk vasthouden aan specifieke, niet functionele rituelen en routines.
  • Stereotiepe, repetitieve lichaamsbewegingen.
  • Aanhoudende preoccupatie met onderdelen van voorwerpen.

De Nederlandse vereniging voor Autisme (NVA) hanteert de volgende werkdefinitie voor autisme.

Bij personen met een 'autistische stoornis' vertoont de ontwikkeling een verstoord verloop op grond van:

  • een stoornis in het sociaal contact, met name de sociale wederkerigheid;
  • een stoornis in de verbale en non-verbale communicatie;
  • een stoornis in het verbeeldingsvermogen;
  • een opvallend beperkt repertoire van interesses en activiteiten.

2. PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified)

Volgens de DSM IV moet deze categorie gebruikt worden als er een ernstige en pervasieve tekortkoming in de ontwikkeling is van de wederkerige sociale interactie of van de verbale en non-verbale communicatieve vaardigheden, of als stereotiep gedrag, interesses en activiteiten aanwezig zijn, terwijl niet voldaan wordt aan de criteria voor een specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie, schizotypsiche persoonlijkheidsstoornis of ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Ze behoren tot de categorie van atypische autismebeelden die niet voldoen aan de criteria van de autistische stoornis, vanwege een begin op latere leeftijd, vanwege atypische symptomatologie of vanwege te weinig symptomen. De DSM IV stelt dat in totaal drie (of meer) kenmerken uit de hierboven genoemde lijst aanwezig moeten zijn, met in ieder geval één kenmerk uit A. 
 

3. Gerelateerde stoornissen

De volgende stornissen behoren niet tot  een stoornis in het autismespectrum, maar zijn er wel aan gerelateerd.

McDD (Multiple complex Developmental Disorder)

Buitelaar en Van der Graag (1998) geven aan dat er sprake is van McDD bij een gebrekkige regulatie van gevoelstoestanden en van angsten, bij gebrekkig sociaal gedrag en bij de aanwezigheid van denkstoornissen (irrationaliteit, magisch denken, in beslag genomen worden door ideeën en fantasieën).

NLD (Nonverbal Learning Disorder)

Uit de neuropsychologische wetenschapen is de diagnose Nonverbal Learning Disorder ontstaan. Het gaat hierbij om kinderen die meer moeite hebben met het verwerken van wat ze zien, dan met wat ze horen. Op intelligentietests scoren deze kinderen hoog verbaal gebied en laag op performaal gebied (onder meer ruimtelijk inzicht). De stoornis kenmerkt zich door een sterk talig functioneren en een zwak ruimtelijk denke en rekenen. Tevens zijn er problemen met de motorische ontwikkeling en is er een weerstand tegen nieuwe situaties.  

   

  News
 
 

Dit project wordt medegefinancierd met hulp van de Europese Gemeenschap in het kader van het Socrates-programma.


INT. COLLOQUIUM "Autisme -
Zelfbeschikking?!"

op 21.10 & 22.10.2005

 

 

   

home - het project - forum - partner links - actueel
autisme: info - contact - impressum - gegevensbescherming