|
|
|
Een eerste richtsnoer
|
|
Een eerste richtsnoer voor de mogelijkheid tot herkenning van autisme bij jonge kinderen
Autisme bij jonge kinderen is een ontwikkelingsstoornis die zich ten laatste op het derde levensjaar toont. Deze wordt gekenmerkt door een diepgaande relatie- en communicatiestornis die de kinderen in de onmogelijkheid plaatst met andere personen, zelfs met de eigen ouders een normale verhouding op te bouwen. Autistische kinderen kunnen in eerste instantie geen gebaar, geen glimlach, geen woord verstaan. Zij trekken zich terug, sluiten zich „autistisch" af – vandaar de naam! Elke verandering in hun omgeving beroert hen zeer. Autistische kinderen kunnen niet spelen of gebruiken hun speelgoed op altijd dezelfde, vaak onjuiste manier. Zij ontwikkelen stereotypen: b.v. draaien en tollen van wieltjes of waaien met draad en papier.
Deze schematische schets verduidelijkt de belangrijkste symptomen van autisme bij jonge kinderen. Deze zijn in elk geval in hun samenstelling en vorm verschillend van kind tot kind.
Autistische kinderen hebben vaak al vanaf de zuigelingenleeftijd problemen met eten en slapen en ontwikkelen zelfstimulerende gedragingen die tot zelfverminking kunnen leiden.
Zij eisen dwangmatig bepaalde ordeningen en kunnen hun ouders in vertwijfeling brengen door het excessief verzamelen van bepaalde voorwerpen, door hun weigering bepaalde kledij te dragen en de herhaling van altijd dezelfde gedragspatronen of talige uitingen.
 De intellectuele begaafdheid van autistische kinderen is erg verschillend. Zij gaat van verstandelijke handicap tot normale intelligentie, waarbij kinderen vaak verbazingwekkende deelprestaties neerzetten in rekenen, technische disciplines, muziek of andere specialismen.
Volgens internationale onderzoeken zijn op 10.000 kinderen er vier tot vijf autistisch. Jongens zijn drie tot vier keer meer getroffen door deze afwijking dan meisjes. Autisme bij jonge kinderen vindt men in gezinnen van alle soorten nationaliteiten en sociale klassen.
Ondanks omvangrijke onderzoeksresultaten is er tot dusver nog geen verklaringsmodel dat volledig en met uitsluitsel de ontstaansoorzaken van autisme bij jonge kinderen kan bewijzen.
Hoe belangrijk onderzoek voor een beter begrip van het syndroom ook mag zijn, er kunnen geen theoretische uitgangspunten voor de stimulans van autistische kinderen uit worden afgeleid.
Zo divers de oorzakelijke factoren van het syndroom zijn, zo veelzijdig en telkens op het individuele kind gericht dienen de pedagogische en therapeutische uitgangspunten te zijn:
 |
|
 |
| Oogcontact vermijden |
|
Lichaamscontact vermijden |
| |
|
|
 |
|
 |
| Iets tonen door te leiden |
|
Gesimuleerde doofheid
|
| |
|
|
 |
|
 |
Geen creatief spel
|
|
Buitengewone begaafdheid in deeldisciplines |
| |
|
|
 |
|
 |
| Weigering van verandering |
|
Geen angst voor normale gevaren |
| |
|
|
 |
|
 |
| Bizarre bewegingen |
|
Opvallende taal / echolalie |
 |
|
| Geen spel met andere kinderen |
|
| |
|
|
|
| |
News |
|
|
|
Dit project wordt medegefinancierd met hulp van de Europese Gemeenschap in het kader van het Socrates-programma. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|